Hits: 83
Snoggiets

Snoggiets

Elke zaterdag zie ik haar. Achter de toonbank. Ze is niet onaardig, hoor, de juffrouw van de vleeswaar. Helemaal niet. Ze weet alleen haar gedrevenheid zo goed te verbergen. Terwijl ze toch constant in de weer is met een grote snijmachine met hammen en spekken en scherpe messen. Voordat je het weet heb je een jaap in je muis of verlies je een duim. Hoe uitdagend wil je het hebben?

Een lome lijzige brei van woorden. Maak er zelf maar een zin van. Dat idee. Het vaakst zegt ze Snoggiets. Als een verveeld balkende ezel. Of je nóg iets wilt kopen. Er staat niet eens een vraagteken achter.

Geen idee waar die gelatenheid vandaan komt. Zoiets vraag je niet als klant. Ik ben geneigd te denken dat het in ieder geval niet aan mij ligt. Een keurige, beleefde klant. Zo zie ik mezelf graag. Ik laat me regelmatig aftroeven. Achter een toetsenbord kom ik veel beter uit mijn woorden dan in het wild. Nee, dat is het niet. Ze heeft het bij iedereen.

Zou het dan liggen aan die witte kleding in combinatie met dat ietwat dommige rode petje? Geen gezicht is dat. Alsof je in een hok vol superkippen boodschapt. Maar waarom zijn die andere jasschorters dan wel goedgemutst? Een enkele lakse vakkenvuller daargelaten. Met een verveelde zucht en veel moeite de vinger in een willekeurige richting wijzen als je wilt weten waar de pindakaas staat. Gewoon om snel van je af te zijn.

Laatst zei ik: ‘Dank je. Doe mij dan maar een grote pot.’ Dan zie je zo’n ventje toch even denken. Daar doe je het voor. En natuurlijk ook om te zien hoe snel hij de volgende keer voor je wegduikt.

Nee, de dame van de salami is een ander verhaal. Waarom nooit een glimlach, een piepklein sprankeltje of zomaar iets spontaans? Steeds meer ging het me intrigeren. Treiterend kroop het onder mijn huid. Er moest gewoonweg iets gebeuren. De vraag was: wat? Gemakzuchtig en laf besloot ik me daar niet druk over te maken.

Te snel werd het zaterdag. Nog steeds was er geen plan. ‘Graag een ons achterham,’ las ik hardop van mijn briefje.

De machine sneed dunne plakjes op een schaaltje. Keurig legde ze het voor me neer. ‘Snoggiets,’ klonk het volgens protocol. Glazig keek ze me aan.

Het werd warm in mijn hoofd en star in mijn brein. Versuft loog ik: ‘Kwee-nie …’

Heel even hoopte ik op gebroken ijs. Maar ze wees alleen en zei: ‘Lijstje.’

Braaf gaf ik haar het stukje papier. En misschien is het wel beter zo. Ik leg het voortaan gewoon op de toonbank en schrijf eronder: dat was het.

Terug naar Kort en klein
Wil je dit verhaal delen?
 

Geef hier je reactie

Reacties

  • Henk Joosen

    Dank je, Ans. Snoggiets?

  • ans

    Was weer erg geestig.
    Bedankt .
    Ans